
Jordi Cruijff werd naar Ajax gehaald om rust, structuur en een duidelijke sportieve koers terug te brengen. Toch staat een van zijn eerste persoonlijke keuzes inmiddels alweer ter discussie. Met het vertrek van Óscar García krijgt de technisch directeur voor het eerst te maken met serieuze vragen over zijn beleid.
De kwestie draait om meer dan alleen het afscheid van een trainer. García werd gezien als iemand die nauw aansloot bij de voetbalvisie van Cruijff en paste binnen het bredere plan om de sportieve organisatie opnieuw vorm te geven. Zijn komst moest bijdragen aan een sterkere technische structuur en meer continuïteit binnen de club.
Die plannen kwamen echter nauwelijks van de grond. García wist nooit echt een vaste positie binnen de organisatie op te bouwen en vertrekt alweer voordat hij daadwerkelijk zijn stempel heeft kunnen drukken. Daardoor ontstaat het beeld van een project dat al vroeg vastloopt.
In de Nederlandse media klinkt inmiddels de kritiek dat dit de eerste belangrijke beslissing van Cruijff is die niet heeft gebracht wat ervan werd verwacht. Niet omdat García als trainer of voetbalman tekort zou zijn geschoten, maar omdat zijn aanstelling nauw verbonden was aan de visie van de technisch directeur zelf.
Tegelijkertijd laait een bredere discussie op. Moet Ajax de wederopbouw vormgeven met vertrouwde externe specialisten of juist met mensen die de clubcultuur van binnenuit kennen? Het snelle vertrek van García heeft die vraag opnieuw actueel gemaakt.
Voor Cruijff verandert er voorlopig weinig aan zijn positie, maar de druk neemt wel toe. Na jaren van bestuurlijke en sportieve onrust worden beslissingen binnen Ajax kritischer beoordeeld dan ooit tevoren.
Daardoor voelt het vertrek van García als meer dan een personele wijziging. Het is een eerste tegenvaller voor een project dat nog volop in ontwikkeling is en dat de komende periode moet bewijzen dat de gekozen koers de juiste is.