
Sommige buitenspelers dwingen hun tegenstander achteruit, terwijl anderen van ieder één-tegen-éénduel een ware overlevingsstrijd maken. Mohammed Kudus behoort tot die laatste categorie. Zijn kracht, explosiviteit en technische vaardigheden maakten indruk in de Eredivisie. Bram van Polen weet nog altijd hoe lastig het was om tegenover de Ghanees te staan.
De oud-aanvoerder van PEC Zwolle blikte bij het ESPN-programma Voetbalpraat terug op de indruk die Kudus tijdens zijn periode bij Ajax op hem maakte. Als rechtsback wist Van Polen hoe moeilijk het was om een speler te verdedigen die snelheid en fysieke kracht combineerde met een uitstekende balbehandeling. Zelfs in ogenschijnlijk uitzichtloze situaties kon Kudus zich aan zijn tegenstander ontworstelen.
‘Hij had alles’, zo kwam de beoordeling van Van Polen in essentie neer. Kudus kon zijn directe tegenstander niet alleen met een versnelling voorbijgaan, maar was ook sterk genoeg om duels te overleven en behendig genoeg om op kleine ruimtes het verschil te maken. Voor een verdediger levert dat voortdurend problemen op: anticiperen op één kwaliteit betekent niet automatisch dat de andere wapens zijn uitgeschakeld.
Van Polen vermoedde zelfs dat Kudus zelf misschien niet volledig besefte hoeveel potentie hij had. Zijn carrièreverloop geeft die uitspraak extra betekenis. Ajax haalde hem in 2020 voor ongeveer negen miljoen euro weg bij Nordsjælland. Na drie seizoenen in Amsterdam betaalde West Ham United circa 43 miljoen euro voor de aanvaller. Vervolgens legde Tottenham Hotspur ongeveer 64 miljoen euro neer om hem aan te trekken.
Achter die bedragen schuilt vooral de waarde van een bijzonder spelersprofiel: een aanvaller die op eigen kracht verdedigende linies kan openbreken en tegenstanders dwingt hun organisatie aan te passen. Voor Van Polen is de conclusie duidelijk: zodra Kudus ruimte kreeg en vertrouwen opbouwde, werd het afstoppen van de Ghanees een opdracht waar weinig verdedigers op zaten te wachten.