De naam James McConnell stond niet bovenaan de verlanglijstjes van de Ajax-supporters toen duidelijk werd dat de club dringend op zoek was naar een controlerende middenvelder. De jonge Engelsman oogt op papier niet als de droomoplossing. Toch sprak Arne Slot, zowel in de voorbereiding als na het duel met PSV in de Champions League, lovend over zijn kwaliteiten. De vraag is: wat kan Ajax écht verwachten van McConnell, en waar liggen de valkuilen?
Wat meteen opvalt is zijn behoefte om de bal vroeg op te eisen. McConnell biedt zich voortdurend aan bij de opbouw en verdeelt daarna het spel met strakke passes. Hij herkent ruimtes, versnelt het spel en durft vooruit te spelen. Voor Ajax, dat vaak tegen compacte tegenstanders speelt, kan dit cruciaal zijn. Daarbij beschikt hij over iets wat tegenwoordig zeldzaam is: rust onder druk. McConnell laat zich niet gemakkelijk afschrikken en vindt meestal een oplossing, al moet niemand verwachten dat hij, zoals Frenkie de Jong, meerdere tegenstanders voorbijdribbelt. Zijn kracht ligt vooral in passing en positionering, niet in dribbels op kleine ruimtes.
McConnell is geen speler die constant de spotlights opeist, maar juist een middenvelder die zijn ploeggenoten laat renderen. Hij bewaakt de balans en houdt zich trouw aan zijn taken. Tegen PSV kreeg hij de opdracht om Joey Veerman lam te leggen, en dat deed hij met discipline. Dit toont zijn betrouwbaarheid: hij voert zonder aarzelen uit wat de trainer vraagt. Precies dat is wat Ajax op dit moment zoekt – stabiliteit in een elftal dat te vaak kwetsbaar oogt.
Zijn grootste kwaliteit zonder bal is zijn anticipatie. McConnell scant constant en ziet vaak gevaar eerder dan anderen, waardoor hij passes kan onderscheppen en ruimtes afsluit. Dat maakt hem waardevol in een elftal dat vaak problemen heeft in de restverdediging. Toch zijn er minpunten. In één-op-één-duels mist hij scherpte: als zijn tackle mislukt, is hij uitgespeeld. Hij kan ook laks ogen in het drukzetten en verliest geregeld zijn directe man doordat hij te veel gefocust is op ruimtes. In het zestienmetergebied kan dat riskant zijn.
Fysiek brengt hij wél iets extra’s. Hij wint veel duels met zijn schouders en staat stevig in contact. Toch blijft hij ondanks zijn lengte (1,88 meter) wisselvallig in de lucht: zijn timing bij kopduels moet beter.
McConnell is geen afgewerkte topmiddenvelder, maar hij brengt wél eigenschappen die Ajax momenteel hard nodig heeft: passing, rust aan de bal, discipline en positioneel inzicht. Zijn beperkte ervaring en twijfelachtige één-op-één-verdediging maken hem geen droomtransfer, maar gezien het huidige budget en de noodzaak om balans te vinden, is zijn komst begrijpelijk. Voor Ajax kan hij, mits goed ingepast, de stabiele factor worden die het elftal de laatste seizoenen vaak miste.